Lezingen van 14 oktober.

De Vereniging Het Spinozahuis viert dit jaar haar 125-jarig jubileum. In samenwerking met het
departement wijsbegeerte van de Leidse universiteit organiseerde de Vereniging als aftrap van het
jubileumjaar afgelopen vrijdag twee feestelijke lezingen over Spinoza door twee prominente
sprekers:
Steven Nadler (University of Wisconsin) over ‘Spinoza on Friendship’
Han van Ruler (Erasmus Universiteit Rotterdam) over ‘Spinoza en de Leidse Universiteit.’


Steven Nadler vertelt over hoe Spinoza oprechte vriendschap beschouwt als de band tussen deugdzame personen die rationeel, dus volgens de menselijke natuur handelen. Vanuit een egoïstische grondslag help je ook anderen om een beter leven te kunnen leiden, want wat goed is voor een ander is ook in je eigen belang. Het is een vorm van dagelijks altruïsme die mensen toepassen zonder zich ervan bewust te zijn dat het om onzelfzuchtigheid gaat. Als vrij persoon is je handelen erop gericht om anderen te helpen.
Deugdzaam in deze betekenis is het succesvol nastreven van je zelfbelang. De gouden regel luidt:
‘Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden.’ Spinoza vindt dat er geen oprechte
vriendschap kan bestaan tussen personen die gedreven worden door passies. Weliswaar kunnen zij
elkaar onbedoeld helpen, maar evengoed ook schade toebrengen. Een vriendschap gebaseerd op
passies is volgens hem niet in overeenstemming met de natuur en niet heel stabiel omdat de passies
heel veranderlijk en inconsistent inwerken op de mens. De enige mensen waarmee Spinoza zelf een
oprechte vriendschap mee kan hebben zijn diegenen die net als hij een oprechte liefde voor kennis
van de waarheid bezitten. Alleen kennis van de waarheid kan mensen met verschillende geesten en
meningen verenigen.

Steven Nadler


Han van Ruler : ‘Spinoza en de Leidse Universiteit’.
Vanuit zijn huis in Rijnsburg tussen 1661 en 1663, onderhield Spinoza intensieve contacten met
wetenschappers en onderzoekers van de Leidse Universiteit. Spinoza bezocht een tijd lang dagelijks
de snijsessies van Nicholas Steno, die hersenonderzoek verrichtte bij proefdieren. In de pijnappelklier
zouden lichaam en ziel samenkomen. Steno zocht daar – in navolging van Descartes – naar “waar de
beweging begint en waar de waarneming ophoudt” in de hoop te kunnen bewijzen dat dieren niet
over een ziel beschikken. In Leiden deden allerlei pro-Spinozistische ideeën de ronde waar Spinoza
ongetwijfeld kennis van heeft genomen, maar bronnen met welke wetenschappers hij heeft
gesproken zijn bijna niet voorhanden. In Rijnsburg oriënteerde Spinoza zich op veel meer dan wat er
in Leiden te koop was. Hij zocht naar een overkoepelend besloten theoretisch kader waarin allerlei
nieuwverworven wetenschappelijke inzichten verklaard zouden worden; een totaalvisie op de
werkelijkheid. Als buitenstaander was Spinoza als geen ander in staat om deze denkoefening te
verrichten, zeker in Leiden in deze tijd van stormachtige wetenschappelijke ontwikkelingen. Een tijd
waarin het wereldbeeld kantelde, o.a. door de vele ontdekkingen die met de pas uitgevonden
microscopen en telescopen werden gedaan. Een tijd bovendien waarin de filosofie van Descartes
tegenover de gangbare wijsbegeerte stond en waarin, filosofie botste met religie. Spinoza was op
zoek naar een instrument van verlossing met een nieuwe invulling van moraal dat de traditionele
religie kon vervangen.

Han van Ruler